Johnny Mercer

terug naar overzicht

JOHNNY MERCER – ‘Too Marvelous For Words’
door Cor Franc

Veel liedjes zouden verloren zijn gegaan als Johnny Mercer geen woorden op de melodieën had gemaakt. Voor Laura bijvoorbeeld, een tekst die maanden nadat de muziek in de gelijknamige film was gebruikt, door hem werd geschreven. Of voor Blues In The Night, dat oorspronkelijk door Harold Arlen werd gecomponeerd voor de film Hot Nocturne.

Zo werkte Mercer ook het liefst, teksten schrijven op bestaande muziek, want zei hij: ‘het helpt me om de goede sfeer te krijgen. Dat is het geheim van mijn succes. Ik heb altijd veel gevoel voor melodieën gehad, voor welk doel of voor wie ook geschreven’.



Het is dan ook niet toevallig dat hij met veel verschillende componisten heeft gewerkt, inclusief zichzelf. Van de liedjes Dream, Something’s Gotta Give en I Wanna Be Around schreef hij de tekst èn de muziek. Ook buitenlandse liedjes voorzag hij van Amerikaanse teksten: zo werd het Franse Les Feuilles Mortes Autumn Leaves en het Duitse Sommer Wind Summer Wind, waaraan Sinatra zo’n verrukkelijke uitvoering gaf.

Zijn teksten bevatten een schat aan populaire Amerikaanse uitdrukkingen, vermengd met zelfbedachte kreten die een eigen leven gingen leiden, zoals in het liedje Goody Goody.

Mercer voldoet eigenlijk niet aan de elementen waaraan de meeste succesvolle songwriters voldoen: niet opgegroeid in een grote stad (bij voorkeur New York), geen grote successen op Broadway en hij was niet gekoppeld aan slechts één of twee componisten.

Nee, John H. Mercer (Johnny) was een veelzijdige auteur, die samenwerkte met een groot aantal, qua stijl uiteenlopende componisten: de bluesy Hoagy Carmichael, de jazzy Duke Ellington, de huisvrouw Sadie Vimmerstedt en de romantische Henry Mancini. Het oeuvre dat Mercer naliet is niet alleen gevarieerd, maar ook zeer omvangrijk.

  • krokodillen, dixieland en Gullah

De wortels van zijn creatieve taalgebruik liggen in de buitenwijken van het vriendelijke zeer rustige plaatsje Savannah in de zuidelijke staat Georgia, ten noorden van Florida. Daar werd hij geboren in 1909 en groeide op tussen flamingo’s en krokodillen die deze moerassige kuststreek bevolkten. Het verhaal wil dat zijn muzikaliteit al bleek toen hij zes maanden oud was. Zijn tante neuride een liedje en hij neuride het meteen terug. Op zijn vierde was hij al geïnteresseerd in populaire liedjes vanaf zijn tiende jaar schrijft hij versjes. Hij leerde de Amerikaanse liedjes door veel te luisteren naar de grammofoonplaten thuis en door met de familie te zingen bij de piano. Mercer: ‘Toen ik 11 of 12 jaar oud was kende ik de meeste populaire liedjes uit mijn hoofd’. Zijn oren vulden zich met country music, dixieland, de blues en de zachte klanken van het zuidelijke dialect, vermengd met het exotische Gullah, de taal van Jerome Kern, Irving Berlin en zijn idool Victor Herbert. Hij luisterde ook goed naar de liedjes van de zwarte bediende thuis en zong enthousiast mee in het kerkkoor. Een stortvloed van klanken en beeldentaal, die hij later verwerkt in zijn liedjes.

Op zijn vijftiende jaar schreef hij de tekst en muziek van zijn eerste liedje Sister Susie, Strut Your Stuff; zijn voorliefde voor alliteratie is al duidelijk. Hij blijft liedjes schrijven, zonder ooit een opleiding te krijgen. Hij probeert nog even trompet te leren spelen, maar zonder succes.

  • van Wall Street naar Whiteman

Door de depressie in Amerika kon hij geen studie volgen, op 19 jarige leeftijd reist hij af naar New York….. om acteur te worden. Hij speelt een rolletje in het Broadway melodrama Houseparty en wordt afgewezen voor een rol in de Broadway Revue Garrick Gaieties of 1930. Meer succes heeft hij met het liedje Out of Breath (scared To Death Of You), dat wel in de Revue wordt opgenomen. Het is zijn eerste echte professionele song. Zijn pogingen om acteur te worden mislukken. ‘Dus werd ik haast vanzelf songwriter’.

Bij diezelfde Revue ontmoet hij ook zijn vrouw Ginger Meehan, een danseres. Ze trouwen in 1931 en krijgen een zoon en een dochter. Het gezin Mercer kan niet leven van songwriting en Johnny is een tijdje boodschappenjongen in Wall Street, terwijl hij ook steeds liedjes blijft schrijven. De revue bracht hem ook in contact met talloze tekstschrijvers en componisten als E.Y. Harburg, Harold Arlen en Hoagy Carmichael. Met Hoagy boekt hij zijn eerste grote succes: Lazybones. Hij maakt gebruik van zijn zuidelijke afkomst op een manier die zo’n beetje zijn handelsmerk werd. Lazybones en andere liedjes uit die begintijd. P.S. I love You en When A Woman Loves A Man brachten hem onder de aandacht van orkestleider Paul Whiteman. Deze huurde Mercer in als vocalist, presentator en tekstschrijver voor zijn radioprogramma’s. Johnny’s succes begon te groeien, als tekstschrijver en als platenartiest. Vooral zijn duetten met Jack Teagarden (The Old Music Master) waren een groot succes. Een contract met Hollywood kon niet uitblijven en Mercer vertrekt naar de ‘West Coast’.

  • goody goody

Na een paar al lang vergeten liedjes met de componist (!) Fred Astaire komt in 1936 zijn doorbraak. Bing Crosby zingt in de film Rhythm On The Range zijn liedje – tekst en muziek – I’m An Old Cowhand, jaren later opnieuw populair gemaakt door Roy Rogers. In hetzelfde jaar staat zijn liedje Goody Goody nummer één. Gevolgd door You Must Have Been A Beautiful Baby (Dick Powell), Jeepers Creepers (Louis Armsrong) en Day In-Day Out, dat heel populair wordt bij de big bands van Tommy Dorsey, Artie Shaw en Bob Crosby. Hij heeft ook een groot succes voor Benny Goodman: And The Angels Sing. Ook populair in de jaren dertig waren Hooray For Hollywood en Too Marvelous For Words met componist Richard Whiting en I Thought About You met Jimmy Van Heusen.

Rond 1940 is Johnny Mercer een gevestigd naam als zanger/songwriter en zijn carrière begint grote vormen aan te nemen. Hij treedt regelmatig op in radioprogramma’s, onder meer bij Benny Goodman en Bob Crosby en hij krijgt zijn eigen radioshow The Johnny Mercer Music Shop (1945-46) en The Johnny Mercer Show (1953).

  • alleen

Johnny Mercer schreef ruim 1500 liedjes met meer dan 60 verschillende componisten, waaronder ook de componist Mercer. Zijn liedjes zijn in meer dan 70 films en 7 musicals te horen.

Hij werkt samen met de allerbeste componisten, waaronder Jerome Kern, Richard Whiting, Harold Arlen en Henry Mancini. Met elk van hen scoorde hij grote successen. De flexibele Mercer had wel degelijk zijn voorkeur. Hoe groot zijn bewondering voor Jerome Kern ook was (‘He was the Professor Emeritis’), zijn favoriete componist was Harold Arlen, ‘de enige met wie ik in één kamer kon samenwerken’. met de anderen werkte hij thuis, alleen.

Harold Arlen en Johnny Mercer maken samen de score voor twee Broadway-shows, Saratoga en St. Louis Woman dat het prachtige Come Rain or Come Shine opleverde. Daarnaast voorzagen ze zo’n 10 Paramount-films van muziek. In 1942 scoorden ze een hit met That Old Black Music voor de musical Star Spangled Rhythm. Hiervoor vond Mercer de inspiratie in een oud liedje van Cole Porter, waaruit de zin ‘Do That Voo-doo That You Do So Well’ ergens in zijn gedachten was blijven hangen. Voo-doo werd ‘Old Black Magic’. In de film The Sky’s the Limit schreven ze het onovertrefbare One For My Baby.

  • het onderbewuste en rozen

Johnny Mercer bezat de gave om melodieën als een spons te absorberen, dan ze zich eigen te maken, en vervolgens de juiste tekst ervoor te vinden in een heel persoonlijke stijl.

De ideeën voor liedjes haalde hij overal vandaan, van de straat, uit de krant, uit gesprekken. Hij had altijd wel een stukje papier bij zich om zijn ideeën te noteren. In de ochtenduren zet hij zich dan achter de typemachine om deze krabbels verder uit te werken. Hij schreef allerlei alternatieve versregels om uiteindelijk de beste uit kiezen. Als hij moe werd stopte hij ermee en liet zijn onderbewuste de klus klaren. Soms duurde dat wel wat lang, bijvoorbeeld voor de song Skylark, waarvoor Hoagy Carmichael de muziek schreef. Toen Mercer na een jaar eindelijk met de tekst kwam, wist Carmichael niet eens meer over welk liedje Johnny het had. Mercer putte inspiratie uit zijn zuidelijke achtergrond en beelden uit zijn jeugd verwerkte hij in zijn songs. In zijn vrolijke allemans-liedjes schept hij een sfeer van ‘the folks back home’ die hij ontleent aan zijn geboorteplaats Savannah, en zijn romantische ballads zijn doordrenkt met een melancholie die nauw verweven lijkt met heimwee naar de waterlanden waar hij opgroeide. Een enkele maal bevat een song rechtstreekse verwijzingen naar Mercer’s persoonlijke leven. In Something’s Gotta Give schrijft hij ‘when an irresistible force such as you, meets an old immovable object like me’.

Meer nog gaf hij zich bloot in One For My Baby. Een ‘short story’, waarin Mercer de breakdown van een dronkenlap beschrijft in weergaloze bewoordingen. Mercer wist waarover hij sprak, want hij had zelf een gigantisch drankprobleem.

Daardoor werd hij ook een controversiële figuur, die behalve bewondering nogal eens haatgevoelens opwekte. Ondanks zijn imago van ‘gentleman’ kon hij knap vervelend zijn wanneer hij weer eens te diep in het glas had gekeken. Als hij dan weer iemand (voornamelijk dames) had beledigd stuurde hij de volgende morgen een grote bos rozen met verontschuldigingen. Hij werd dan ook steeds vaker door vrienden afgebekt met: ’Johnny, ik hoef jouw rozen niet morgenochtend!’

  • Capitol records

Als mede-oprichter van het beroemde platenlabel Capitol Records in 1942, lanceerde hij nieuw talent als Nat King Cole, Stan Kenton, Jo Stafford, Margaret Whting en Peggy Lee. In de jaren `50 kwamen daar Frank Sinatra en The Four Freshmen bij. Johnny Mercer richtte zich vooral op de artistieke kant van het platenlabel. Hij was alleen geïnteresseerd in de muziek en bracht platen uit die hij zelf mooi vond. Hij had er blijkbaar wel een neus voor, want de eerste plaat die onder het label werd uitgebracht, Cow Cow Boogy, van Ella Mae Morse, werd meteen een gigantisch succes. Twee weken later scoorde Mercer zelf een hit met Strip Polka.

Mercer’s ‘open door policy’ bracht talloze muzikanten, tekstschrijvers en componisten over de vloer bij Capitol. Van de grote platenfirma’s was Capitol de meest creatieve en vernieuwde, waar artistieke criteria voorrang hadden boven een commercieel beleid. Een hele generatie groeide op met de platen die aan de lopende band werden uitgebracht. Uiteindelijk werd Mercer’s gebrek aan zakelijke belangstelling fataal en werd Capitol Records verkocht aan de Engelse muziekuitgever EMI.

  • Broadway mislukkingen

Tussen 1940 en 1964 schrijft hij zeven musicals. Bijna allemaal mislukkingen. Zijn grootste Broadway succes is ‘Li’l Abner’ (muziek Gene de Paul) met 693 voorstellingen.

Terwijl hij niet bepaald succesvol is op Broadway groeit zijn succes als songwriter in jaren-50. Glow Worm was een succes voor de Mills Brothers, hij maakte een tekst op Duke Ellington’s Satin Doll en Tony Bennett had een bestseller in 1963 met I Wanna Be Around.

Mercer bleef ook schrijven voor Hollywood en met succes, want het leverde hem maar liefst vier Oscars op: On The Atchison, Topeka And The Santa Fe (Harry Warren) In The Cool Cool Cool Of The Evening (Hoagy Carmichael) Moon River en Days Of Wine And Roses (Henry Mancini)

  • betekenis

Johnny Mercer overleed in 1976. Hij was een behoorlijke rhythm zanger in een jazzy trant. Hij maakte veel soloplaten en stond als zanger maar liefst 14 maal in de Amerikaanse hitparade. Hij beperkte zich daarbij tot de vrolijke liedjes Strip Polka en Goody Goody omdat hij vond dat zijn zangtalent te beperkt was voor het serieuze werk. Een enkele keer boekte hij als zanger ook succes met liedjes die hij niet zelf had geschreven, zoals Zip-A-Dee-Doo-Dah in 1946, samen met The Pied Pipers.

Johnny Mercer was een van de meest veelzijdige en originele tekstschrijvers, die even gemakkelijk het ‘slang’ gebruikte als diep emotionele en romantische teksten.

Hij kon schrijven in de geraffineerdheid van Cole Porter of Lorenz Hart, maar zijn wortels van het platteland zijn duidelijk aanwezig in zijn joviale, inlandse teksten. Het was die combinatie van stadse wereldwijsheid, landelijke jovialiteit, gekoppeld aan schalkse humor en een gave voor poëtische beeldspraak dat een Johnny Mercer song onderscheidt en uit tilt boven de ‘eredivisie van American Songbook writers’.


terug naar overzicht